Zondagavond 22 september 1991: Na de feestavond in een Russisch restaurant,
waar we ook de verjaardag van Theo hebben gevierd, zouden wij, Joris en ik, met
Olga meegaan om kennis te maken met haar ouders.
Nadat de hele groep met de metro in het hotel was
aangekomen leken de veiligheidsmensen wel moeilijk te doen over Olga.
Wat er precies gaande was weten wij nog niet,
maar ik voelde mij daar niet zo lekker bij en was bang dat Olga er last mee zou
krijgen.
Na een taxirit van ongeveer 20 minuten kwamen we
bij de flat van ca. 12 verdiepingen waar Olga, samen met haar ouders en met
haar broertje van 10, woont op de 4e etage.
De aankomst in het trappenhuis en de lift was
voor ons wel even schrikken: vuil, verveloos en stinkend. Die stank bleek
afkomstig te zijn van een stortkoker die niet optimaal functioneerde.
Maar in hun flat was het schoon en netjes. Alleen
was het in de flat, net als overal, erg warm. En dan dachten ze nog dat we het
koud hadden ook! Daarom wilden ze speciaal voor ons nog een elektrisch kacheltje
aandoen. Gelukkig konden wij ze overtuigen dat in plaats daarvan een raam
open moest.
Wij werden heel hartelijk ontvangen door heel
lieve mensen en wij hebben met de hulp van Olga als tolk nog een paar uur
zitten te praten.
Wij hadden elkaar veel te vertellen en te vragen,
maar zonder Olga was het praten wel heel erg moeilijk en dat is toch wel
lastig.
De vader van Olga is een geleerde in de
toxicologie en moet daarvoor ook vaak naar het buitenland.
De moeder is arts met als specialiteit
embryologie, maar ze werkt nu op een kantoor drie dagen in de week van 7.30 tot
20.00 uur.
In de zomer woont het gezin meestal in hun houten
zomerhuis buiten Moskou, wat in de bossen staat. Maar in de winter is het daar
te koud en wonen ze in de flat, die voor onze begrippen klein is.
Maandag 23 september 1991: `s ochtends na het ontbijt (waarbij verschillende
Hollandse lekkernijen op tafel stonden, die ze van de groep gekregen hadden,
waarvoor nogmaals hartelijk bedankt), zijn wij met bus en metro door Moskou
gereden.
We hebben gewinkeld en koffie gedronken op de
Arbad. Daar hebben we ook een paar Nederlandse jongens gesproken. Die jongens
zagen Joris lopen met zijn pet en zeiden : "Dat moet een Hollandse boer
zijn"! Nou, dat klopte dus; zij
vertelden dat ze net uit Siberië kwamen, waar ze gewerkt hadden voor Cebeco. Op
weg naar huis wilden ze nog even in Moskou rondkijken. Het waren Alko E. de
Jong uit St. Anna Parochie en Co Rennen
uit Zeewolde, kennis van Huub Reyers uit Wieringerwerf en Ben Hoiting uit
Middenmeer.
Wij hebben ze nog gewaarschuwd voor
oplichtingspraktijken, wat ze bij ons hebben geprobeerd en waar hun ook bijna
ingetrapt waren.
Die middag hebben wij ook heel wat afgepraat met
de vader van Olga, met Olga als tolk. Die avond hebben we een wandeling in een
bos in de omgeving gemaakt. Olga woont naast het grootste kernonderzoekcentrum
van Rusland. Er is daar een standbeeld van de man die de atoombom voor Rusland
heeft ontwikkeld; zijn naam ben ik vergeten. Het standbeeld bestaat alleen uit
het hoofd van ca. 2,5 meter, waarmee men tot uitdrukking wilde brengen dat hij
alleen maar een hoofd had waar hij mee werkte, want hij had geen vrouw en
kinderen.
Dinsdagmorgen: Olga had autorijles drie uur per week, waar ze erg van geniet. Het is
in Rusland nog niet de gewoonte dat een meisje leert autorijden. Daarna zou ze
nog een paar gelegenheden afgaan voor een feestavond voor de hele Hollandse
groep, maar dat is niet gelukt, hetgeen voor ons Nederlanders haast niet te
begrijpen is. Wij zijn toen samen met de moeder van Olga gaan wandelen door een
bos richting de rivier "de Moskwa", waar we een rondvaart wilden
gaan maken. Maar helaas: het seizoen was voorbij en de boot bleef liggen waar
hij lag.
We kwamen nog langs een supermarkt waar de mensen
in de rij stonden voor melk. Wij zijn de winkel in gegaan: zoiets droevigs!
Het stonk er vreselijk, was erg stoffig, er lag een stapeltje vis en vlees op
de toonbank, verder een winkelwagentje met zakken rotte appels, een
winkelwagentje met wat rollen W.C. papier en een stapeltje stoffige pakjes
thee, dat was alles! Dat we goed en wel in de winkel waren werd er omgeroepen
dat de melk op was; er was alleen nog wat kwark.
Dit was voor ons een schokkende ervaring. Later
hebben we nog een paar supermarkten gezien, maar die waren toch nog wel iets
beter als deze.
Omdat we nog wat kaarten moesten versturen wilden
we postzegels kopen bij het postkantoor waar we langs kwamen. Helaas hadden ze
nog maar vier postzegels te koop!. We kwamen ook nog langs een markt, ze
noemden dat "de zwarte markt". Op deze markt was groente en fruit te
koop van een redelijk goede kwaliteit, maar de markt is voor een gemiddeld
inkomen veel te duur.
Nadat we weer in de flat waren aangekomen, hebben
we gegeten, gerust, kaarten geschreven en gepraat, waarna wij besloten op tijd
terug te gaan naar ons hotel, omdat we voor die avond niets hadden kunnen
vinden om uit eten te gaan. We waren bang dat de groep die avond zonder eten
naar bed moest, maar dat viel gelukkig mee.
Joris
en Tiny Wiering-Schilder.